
Mirja Wark (Heerlen, 1954) begon in 1977 tijdens haar lunchpauzes op werk overmoedig aan haar eerste weefproject, een grote deken. Twee jaar later woonde ze in Ithaca, in de VS. Ze kreeg daar les van Marjorie Ruth Ross. Na een eerste proefochtend zei deze eerbiedwaardig oude weefdame met krakende stem: “Dat wordt niks, meisje, want voor weven ben je veel te ongedurig”. Een meesterzet, waardoor Mirja zich er juist extra op heeft toegelegd. De twee werden vriendinnen, en Mirja vindt nog altijd rust, uitdaging en plezier in het weven.
Terug in Nederland (1981) werkte zij als begeleider van visueel meervoudig gehandicapten in de weverij van het Elisabeth Kalishuis in Huizen. In België volgde zij een opleiding tot ‘kunsthandweefster’ aan Instituut Henri Story in Gent. Tijdens die opleiding nam ze in Utrecht weefschool De Binding over van Corry en Wim Ruijper. Ze gaf cursussen voor beginners en gevorderden. Ook leerde ze veel van de weefcoryfeeën die er op uitnodiging kadercursussen kwamen geven.
Tussen 1991 en 2011 woonde ze achtereenvolgens in Venezuela, Oman, Assen, Syrië en Libië, telkens enkele jaren. Mirja leerde Spaans en Arabisch en verdiepte zich in de lokale textiele ambachten. Ze schreef er regelmatig over voor het tijdschrift Handwerken zonder Grenzen, wat ook als Ornamente in Duitsland verscheen. Daarnaast organiseerde en leidde ze via Voyage & Cultuur textielreizen naar Portugal, IJsland, Oman, Syrië, Peru en Bolivia, en een textielcruise op de Donau. Over haar ervaringen bij de Venezolaanse Wayuu wevers, die ze tussen 1992 en 2009 meermaals bezocht, schreef zij het boek Si’ira, dat in 2005 in eigen beheer verscheen in Damascus.
Sinds 2011 heeft zij Weefcentrum Golden Haand in Finsterwolde, Noordoost-Groningen. Daar geeft zij weefcursussen aan leerlingen uit binnen- en buitenland, en verkoopt er handgeweven textiel.

